Museumbeveiliger
De beveiligers Medewerkers voor de veiligheidszorg
zijn op alle niveaus (algemeen, specialistisch, leidinggevend) niet
of nauwelijks opgeleid voor hun verantwoordelijke taak als
beveiliger in een museum. Leidinggevenden zijn vaak voormalig
zaalwachters, of medewerkers die nog andere taken hebben
bijvoorbeeld binnen de technische of facilitaire dienst. Door het
ontbreken van gediplomeerde en functiegericht getrainde
leidinggevenden ontbreekt bij een museum ook de kennis en
deskundigheid om tot een verantwoorde veiligheidszorg te kunnen
komen. De motivatie voor het beveiligingswerk is in het algemeen
zeer goed maar het preventieve veiligheidsbewustzijn is onvoldoende
aanwezig en de vereiste technische hulpmiddelen zijn eveneens vaak
onvoldoende aanwezig en aangepast.
Ruim 75% van de medewerkers voor de beveiligingszorg in musea
heeft geen beveiligingsdiploma (diploma algemeen beveiliger,
beveiligingsspecialist, leidinggevend beveiliger, security manager).
Bijna 96% van de beveiligers belast met de beveiligingszorg volgt
om de zoveel tijd geen applicatiecursus of neemt niet deel aan een
training voor museumbeveiliging bij Best Alert of een ander
gekwalificeerd en erkend opleidingsinstituut voor
beveiligingsopleidingen.
De
status en het salaris van een museumbeveiliger is laag en de
gemiddelde leeftijd is boven 45 jaar. Onder museumbeveiligers
bestaat collectief een negatief zelfbeeld. Directeuren van musea
hebben als taak om hier snel verbetering in te brengen. Door
verhoging van de professionaliteit van de museumbeveiliger, door
praktijkgerichte cursussen en trainingen ook op het gebied van
serviceverlening kan het imago van de museumbeveiliger vergroot en
het salaris verhoudingsgewijs meegroeien naar een museumbeveiliger
die tevens als gastheer zijn plaats weet in het museum en mede
daardoor de algemene veiligheid en gastvrijheid verhoogt, zodat ook
voor het museum het imago de beste amigo kan zijn.
Beveiligingsmanagement en musea Het is heel best te
combineren dat musea een open publieksvriendelijk karakter kennen.
Daarbij kan en moet men verder gaan dan bij de entree aanschaffen
van een entreekaartje en mogelijk inleveren van tas en paraplu.
Vervolgens heeft een kwaadwillend individu zowat de hele dag de tijd
om het gehele gebouw te bekijken en de zwakke plekken te zoeken in
het gebouw en bij de beveiligers, een keuze te maken uit de gewenste
kunstvoorwerpen e.d. Via observatie overdag en ‘s nachts, via
telefoon, computer kan men de beveiliging buiten openingsuren
inschatten en kan men de alarminstallatie testen op eventuele
buitenwerkingstelling. Door bijvoorbeeld een steen door de ruit te
gooien kan men de responsetijd vastleggen, die soms veel te lang is
en waarover met de beveiligingsinstallatie-onderneming en met de
politie afspraken gemaakt dienen te worden zodat alarmopvolging snel
en effectief kan gebeuren.
Risicobeheer Musea vallen onder het zogenaamde "goed
huisvader" beginsel en zijn derhalve verantwoordelijk voor de
veiligheid van deze musea. Een directeur dient zorg te hebben voor
de veiligheid van zijn bezoekers, zijn medewerkers en zijn collectie
als goed gastheer en als goed huisvader.
Het niet of onvoldoende samenstellen, trainen en uitvoeren van
een deugdelijk en professioneel beveiligingsplan valt onder de
verantwoordelijkheid van de museumdirecteur en het museumbestuur.
Het nalatig zijn is strijdig met bepaalde wetgeving en het is zeker
niet ondenkbaar dat bij aantoonbaar falen de directie en het bestuur
hiervoor in de toekomst aansprakelijk gesteld zullen kunnen worden.
Elk museum dient een particulier belang maar vooral een
maatschappelijk en algemeen belang.
Mogelijke risico’s moeten teruggebracht worden tot
een minimaal niveau voor zover deze niet te voorkomen zijn. Musea
moeten mogelijke incidenten beheersbaar houden. Veiligheidszorg
bestaat uit een aantal maatregelen die genomen moeten worden via een
planmatige aanpak waarin alle maatregelen aan de orde komen: de
organisatorische, de bouwkundige en de technische maatregelen.
Voorbeeld van riskmanagement in Musea
Er zijn drie principe onderdeling in de beveiliging die bepalen
of een object of een situatie goed beveiligd is:
- Management security - Fysieke security - Electronische
security
Nu
wordt er in de tien gevallen dat een museum zich wil beveiligen
slechts door twee van hen gekozen voor al deze drie punten. Tachtig
procent van de musea kiezen bij beveiliging alleen voor
elektronische beveiliging zoals videosystemen e.d.
Sinds de inbraak in het Gemeentelijk Museum in Amsterdam in 1989
zijn de Nederlandse musea wakker geschud. Tot op dat moment leek het
of de musea niet tot de samenleving behoorde. Op alle plaatsen in
Nederland groeide vandalisme, diefstal en criminaliteit en overal
werden veiligheidsmaatregelen getroffen, behalve in de Nederlandse
Musea. Vlak na de inbraak in het gemeentelijk museum kwamen er
andere feiten aan het licht:
Een aardig oude mevrouw verliet een museum in Overijssel in
daglicht met schilderijen in haar tas. Een onbekend persoon dwong de
manager van een museum over het meest waardevolle object van de
collectie te overhandigen
Drie vooraanstaande objecten van het Nederlandse kunsterfgoed
wrden gestolen uit het Kroller Muller Museum.
Het Van Gogh Museum werd bestolen door zo bleek achteraf haar
eigen ingehuurde museum beveiligers.
Een Rembrandt schilderij werd gestolen door het raam te breken en
zo het schilder eruit te liften.
Al deze acties laten zien hoe makkelijk het
is om deze diefstallen te plegen. Het is schokkend dat al deze
situatie ondanks elektronische beveiliging niet werden
voorkomen.
|